Werkterrein internet
/ Werkterreinen / Internet
Let op: Op Internetscience.nl vindt u vanaf nu de nieuwste cijfers over normaal en problematisch gebruik van social media en internet.
Wij ondersteunen professionals via dit nieuwe centrum met wetenschappelijke kennis over de sociale en psychologische kant van internetgebruik, terwijl het centrum onderdeel van het IVO blijft.
Hier, op IVO.nl blijft u projectbeschrijvingen vinden van onze huidige projecten.
Achtergrond
Sinds eind 2000 wordt door het IVO onderzoek gedaan naar positieve en negatieve aspecten van internetgebruik, waaronder gamen, chatten en erotica. Het IVO is in die tijd uitgegroeid tot het Nederlandse kenniscentrum op dit gebied. Nederland is internationaal gezien een bijzonder interessante land, omdat het een hoge internetdichtheid heeft en Nederlandse jongeren tot de meest actieve internetgebruikers van de wereld gerekend mogen worden.
IVO onderzoek naar internet richt zich op het monitoren van ontwikkelingen en het verkrijgen van inzicht in oorzaken en gevolgen van internet-gerelateerde verslavingen. Dit resulteerde in 2007 in het proefschrift van IVO-onderzoeker Gert-Jan Meerkerk: Pwned by the Internet. Hierin werd onder andere een vragenlijst ontwikkeld om 'compulsief internetgebruik' (internetverslaving) te meten, de zogenaamde Compulsive Internet Use Scale (CIUS). In 2011 werd het proefschrift van IVO-onderzoeker Tony van Rooij gepubliceerd: Online video game addiction. Exploring a new phenomenon. Hierin werd onder andere de 14-item Video game Addiction Test (VAT) ontwikkeld vanuit de CIUS om specifiek de verslaving aan online videogames te onderzoeken.
Sinds 2006 voert het IVO jaarlijks de Monitor Internet en Jongeren uit, waarmee ontwikkelingen en trends in internetgebruik en daaraan gerelateerde problemen van jongeren tijdig kunnen worden gesignaleerd. Resultaten laten zien dat het percentage internetverslaving tussen 2006 en 2010 op hetzelfde niveau is gebleven: gemiddeld 3.7% van alle jongeren van de eerste twee klassen van het voortgezet onderwijs. Het gebruik van sociale netwerksites is in deze periode echter gestegen van 38% tot 82%. In 2010 maakte 87% van de jongeren tijdens het internetten gebuikt van meerdere applicaties tegelijkertijd. Meisjes communiceren meer via internet, terwijl jongens meer gamen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met dr. Gert-Jan Meerkerk, dr. Tim Schoenmakers, of dr. Tony van Rooij, 010 425 33 66.
Projecten (lopend)
- Assessment tool voor gameverslaving
- EU NET ADB: European study on internet use among adolescents
- Scholingsmodule 'Preventie van internet- en gameverslaving'
- Neurocognitieve aspecten van online gaming verslaving (fMRI)
- Gameadvies op Maat.nl
- Monitor Internet en Jongeren, 2012
- Monitor Internet en Jongeren, 2011
- De opwinding te boven (online pornografie)
- Monitor Internet en Jongeren, 2010
- Effectiviteit Behandeling voor Internetverslaving
- Games en Sociale verantwoordelijkheid
- Seminar Internet en Opvoeding, november 2009
- Monitor Internet en Jongeren, 2009
- Nieuwe Verslavingen
- Monitor Internet en Jeugd, 2008
- Dagboekstudie & dossieronderzoek - kwalitatieve analyse
- Monitor Internet en Jeugd, 2007
- Pwned by the Internet
- Monitor Internet en Jeugd, 2006
