Ervaringen van huisarts met vroegsignalering alcohol
/ ActueelRotterdamse huisartsen pakken probleemdrinken aan
Onderzoeksbureau IVO participeert in een project gericht op het vroegtijdig herkennen en behandelen van problematisch alcoholgebruik in Rotterdamse huisartsenpraktijken. IVO onderzoekt de ondersteuningsmogelijkheden voor huisartsen die binnen het project worden aangeboden.
Meer informatie over het project leest u hier.
Hieronder kunt u meer lezen over de ervaringen van een deelnemende huisarts.
Huisartsenpraktijk van Marcia de Krom pakt probleemdrinken aan
Maandboek 3 (maart 2010)
Succesverhalen uit de praktijk
In september 2009 is de pilot ‘Vroegsignalering Problematisch Alcoholgebruik’ gestart. Bij probleemdrinken gaat het niet om alcoholisme, maar om een drinkpatroon dat leidt tot allerlei klachten op lichamelijk, sociaal en psychisch gebied. In Rotterdam is drie tot tien procent van de patiënten in een huisartspraktijk probleemdrinker. Dit betekent ongeveer 200 mensen per praktijk.
Veertien huisartsen uit Rotterdam nemen deel aan de pilot. Deze huisartsen testen de mogelijkheden voor voorsignalering en kortdurende behandeling. Zij verspreiden de resultaten volgend jaar onder hun Rotterdamse collega’s. Eén van de huisartsen, die deelneemt aan de pilot, is Marcia de Krom. Zij deelt maandelijks haar ervaringen.
“Gelukkig heb ik af en toe ook kleine successen in mijn praktijk. Tijdens het spreekuur van de praktijkondersteuner zit een 58-jarige Spaanssprekende vrouw in de wachtkamer. Oorspronkelijk komt ze uit het Caribische gebied. Ze is diabeet en heeft een hoge bloeddruk. Tijdens haar laatste bloedonderzoek blijkt dat ze ook een flinke leverfunctiestoornis heeft en eiwit verliest via haar urine. Aangezien ik de patiënt wil spreken over de uitslag word ik door de praktijkondersteuner bij het consult geroepen. Een fijne bijkomstigheid is dat ik Spaans spreek dus het gesprek zelf, zonder tolk, kan voeren. Bij uitvragen naar de verschillende oorzaken van de leverfunctiestoornis neem ik netjes ook haar alcoholconsumptie mee. Ze vertelt me zonder blikken of blozen dat ze 10 glazen bier per avond drinkt. “Ik vind bier lekker en dat kan toch geen kwaad dokter?", vertelt ze. Ik leg haar de nadelen uit en het duidelijke effect dat alcohol op haar lever heeft. Ik spreek met haar af dat ze stopt met drinken en dat we over een maand weer afspreken om te kijken hoe het gaat. Na een maand blijken haar labuitslagen al aanzienlijk te zijn verbeterd en vertelt ze me opgewekt dat ze zich beter dan ooit voelt, veel fitter. Het kost haar geen moeite om haar dagelijkse biertjes te laten staan. Haar bloeddruk is bij lichamelijk onderzoek ook al netjes gedaald.
Schade door alcoholgebruik
Een tweede voorbeeld is een Nederlandse vrouw van 38 jaar oud. Drie jaar geleden bezocht ze voor het laatst het spreekuur van mijn waarnemer. Ze had toen vermoeidheidsklachten en een forse alcoholconsumptie, zeg maar gerust problematisch alcoholgebruik. Mijn collega heeft haar naar Bouman verwezen, maar daar is ze nooit geweest. Nu bezoekt ze het spreekuur met vele lichamelijke klachten, die ze heeft sinds ze is gestopt met het drinken van alcohol, vertelt ze spontaan. Ze blijkt 20 jaar problematisch te hebben gedronken, maar met behulp van een nieuwe relatie is het haar gelukt om zelf te stoppen met drinken. Ze heeft nu klachten die mensen hebben wanneer ze stoppen met drinken. Hopelijk gaan ze nog over, maar ik ben bang dat er mogelijk al schade is opgetreden door haar jarenlange alcoholgebruik. Ze is 20 kilo afgevallen en voelt zich, naast het tintelen van haar handen en voeten erg goed.
Goed monitoren
De eerste patiënte is een mooi voorbeeld van hoe waardevol het is om bij alle patiënten en zeker bij onze diabeten en bloeddruk patiënten naar het alcoholgebruik te vragen, ook door de praktijkondersteuner.
Een simpel gesprekje brengt soms zo veel informatie aan het licht en bovendien is voorlichting aan patiënten een belangrijk deel van ons werk.
Misschien overschatten we soms ook de kennis van patiënten. De tweede patiënte is een mooi voorbeeld van de vele patiënten in onze praktijk die we eigenlijk zelden zien. Als we deze mensen niet goed monitoren, zijn ze zo weer uit beeld verdwenen. Ook daar valt nog veel winst te behalen!
Deze twee succesverhalen geven zeker weer goede moed om door te gaan met uitvragen, motiveren en registreren.”
MAANDBOEK 2 (februari 2010)
Patiënten nauwelijks bewust van gevolgen van probleemdrinken
In september 2009 is de pilot ‘Vroegsignalering Problematisch Alcoholgebruik’ gestart. Bij probleemdrinken gaat het niet om alcoholisme, maar om een drinkpatroon dat leidt tot allerlei klachten op lichamelijk, sociaal en psychisch gebied. In Rotterdam is drie tot tien procent van de patiënten in een huisartspraktijk probleemdrinker. Dit betekent ongeveer 200 mensen per praktijk.
Veertien huisartsen uit Rotterdam nemen deel aan de pilot. Deze huisartsen testen de mogelijkheden voor voorsignalering en kortdurende behandeling. Zij verspreiden de resultaten volgend jaar onder hun Rotterdamse collega’s. Eén van de huisartsen, die deelneemt aan de pilot, is Marcia de Krom. Zij deelt maandelijks haar ervaringen.
De pilot loopt alweer een tijdje. Ik merk dat het lastig blijft om problematisch alcoholgebruik te (h)erkennen, zowel voor de dokter als voor de patiënt. Afwijkende labuitslagen (vooral gestoorde leverfuncties) en psychosociale stressfactoren zijn voor mij belangrijke signalen om patiënten te vragen naar hun alcoholgebruik. Bij patiënten die in scheiding liggen, ontslagen zijn of een rouwproces doormaken is de verleiding ook groter om naar de fles te pakken. Daarnaast zijn vage klachten een mooi aanknopingspunt om eens verder te vragen, daargelaten dat een groot deel van mijn spreekuur bestaat uit allochtone vrouwen met vage klachten, maar daar kan ik een hele andere column aan wijden!
Als de patiënt eerlijk is over zijn alcoholgebruik, merk ik dat het toch zeker een aantal consulten duurt voordat hij/zij zich bewust is van het effect van alcohol en de mogelijke relatie met zijn of haar klacht.
Ik heb een aantal mannen van middelbare leeftijd in de praktijk die er echt geen kwaad in zien om dagelijks 4 à 5 glazen alcohol te nuttigen. Puur uit gewoonte, omdat ze het lekker vinden. Ze begrijpen dan niet dat hun hoge bloeddruk een relatie heeft met hun drankgebruik. Ik blijf bij deze patiënten op hun drankgebruik terugkomen en maak ook een notitie in de probleemlijst van hun dossier. Het is lastig en toch ook frustrerend om te zien hoe weinig je eigenlijk voor elkaar krijgt met je beste bedoelingen en mooie training als bagage. Patiënten schieten vaak in de verdediging zodra ik hun alcoholgebruik ter sprake breng of ze zeggen dat ze toch niet minder gaan drinken, dus dat ik dat onderwerp niet moet aansnijden. Daarnaast speelt voor mij als huisarts tijdens het consult gebrek aan tijd een belangrijke rol. Als mijn spreekuur uitloopt en de patiënt is al met drie klachten bij mij geweest, is het erg verleidelijk om niet heel diep door te vragen naar het alcoholgebruik.
Alarmbellen rinkelen
Via de pilot kan ik een beroep doen op verslavingsconsulente Linda van BoumanGGZ. Zij houdt een keer per twee weken spreekuur in het gezondheidscentrum. Jammer genoeg maken we nog te weinig gebruik van haar, omdat het echt lastig is om patiënten in te laten zien dat ze een alcoholprobleem hebben. Laat staan dat ze instemmen met een verwijzing naar een verslavingsconsulente. Ik heb laatst wel een patiënt doorverwezen: een Hindoestaanse oudere man die mij bij binnenkomst in de spreekkamer niet herkende (er gingen hier wel degelijk wat alarmbellen rinkelen!). Tijdens het consult vertelde hij dat hij al wat langer problemen had met zijn geheugen. En hij gaf tot mijn verbazing toe dat hij misschien wel wat glaasjes te veel drinkt. Naast een verwijzing naar de neuroloog, ter analyse van zijn cognitieve stoornis, ging hij akkoord met een verwijzing naar Linda. Met Linda heeft hij vervolgens de verschillende mogelijkheden voor verwijzing en een behandeling besproken. De patiënt was tevreden met het consult. Nu vindt eerst een analyse bij de neuroloog plaats, maar de ingang richting hulp om zijn alcoholgebruik aan te pakken, is er zeker! De samenwerking met de verslavingsconsulent bevalt mij erg goed. Ik blijf patiënten motiveren om eens met haar te gaan praten.
MAANDBOEK 1 (januari 2010)
Ruim twee maanden geleden is de pilot ‘Vroegsignalering Problematisch Alcoholgebruik’ gestart. Bij probleemdrinken gaat het niet om alcoholisme, maar om een drinkpatroon dat leidt tot allerlei klachten op lichamelijk, sociaal en psychisch gebied. In Rotterdam is drie tot tien procent van de patiënten in een huisartspraktijk probleemdrinker. Dit betekent ongeveer 200 mensen per praktijk.
Veertien huisartsen uit Rotterdam nemen deel aan de pilot. Deze huisartsen testen de mogelijkheden voor voorsignalering en kortdurende behandeling. Zij verspreiden de resultaten volgend jaar onder hun Rotterdamse collega’s. Eén van de huisartsen, die deelneemt aan de pilot, is Marcia de Krom. Vanaf nu deelt zij maandelijks haar ervaringen.
“In september heb ik de cursus “Vroegsignalering Problematisch Alcohol Gebruik in de Huisartsenpraktijk” van Context (Centrum voor GGZ Preventie) gevolgd. Verslavingsarts Romeo Ashruf begon de cursus met een interessant en kleurrijk geïllustreerd verhaal over de nieuwe doelgroepen: de jongeren en de ouderen met problematisch alcoholgebruik. Daarnaast werd de five-shot, een instrument om probleemdrinken te signaleren bij patiënten, uitgebreid besproken. Erg nuttig vond ik. In onze NHG-standaard staat deze informatie ook wel, maar ik moet bekennen dat je deze kennis niet altijd paraat hebt. Met behulp van een motivatiecirkel leerden we te analyseren waar een patiënt zit in de verschillende fases van het al dan niet matigen of stoppen met alcoholgebruik. Nadat we ook ons eigen drankgebruik onder de loep hadden genomen (de uitslag hiervan valt onder het medisch beroepsgeheim), stoeiden we met een aantal casussen waarin we al onze nieuw verworven kennis konden toepassen. Goede cursus, op naar de praktijk!”
De praktijk
“De dag na de cursus was een vrijdag. De gebruikelijke vrijdagmiddagborrel begon al vroeg: tijdens mijn spreekuur om 14.00 uur. Mijn eerste patiënten waren twee broers met problematisch alcohol- en drugsgebruik ( en dus al voorbij het stadium van vroegsignalering). Beiden al een biertje (of meer) achter de kiezen. “We weten dat we moeten stoppen, maar ja wat voor leven heb je dan nog ‘doc’ als je niets meer mag drinken of gebruiken!”, zeiden beide heren. Mijn volgende patiënt was een Antilliaanse man. Hij bezocht vrolijker dan ik hem kende mijn spreekuur. Mijn gevoel zei dan ook dat hij al een paar biertjes had genuttigd. Nadat ik via een omweg naar zijn drinkgedrag vroeg, zei hij dat hij niet veel drinkt: soms één biertje soms zes. Maar dat vond hij geen probleem. Hij drinkt alleen voor de gezelligheid. Er valt nog veel werk te verrichten, maar ik ben nu zeker beter bewapend voor het langdurige gevecht.”
Lees volgende maand meer over de ervaringen van huisarts Marcia
